top of page

Theater in de Middeleeuwen

de ontwikkelingen van toneel in de vroege, hoge en late Middeleeuwen.

  • Facebook
  • Instagram
  • Youtube
Theater in de Middeleeuwen

De overgang van Romeins naar Middeleeuws Theater

Tijdens de 4e en 5e eeuw na Christus, toen het West-Romeinse Rijk in verval raakte, verschoof de Romeinse macht naar Constantinopel in het Oost-Romeinse Rijk, later bekend als het Byzantijnse Rijk. Hoewel er weinig bekend is over het Byzantijnse theater, tonen bestaande verslagen aan dat vormen van entertainment zoals mime, pantomime, toneelscènes, dansen en andere optredens populair waren. Constantinopel had twee theaters die tot de 5e eeuw werden gebruikt. De Byzantijnen hebben een belangrijke rol gespeeld in het behoud van klassieke Griekse teksten en hebben bijgedragen aan de hedendaagse kennis van het Griekse theater.


In de 6e eeuw werden de theaters echter permanent gesloten door keizer Justinian, omdat theaters werden gezien als een bedreiging voor het christendom. Kerkelijke leiders beschouwden acteren als zondig en acteurs werden verbannen en bespot in heel Europa. Het duurde vele eeuwen voordat geestelijken toestonden dat rondreizende acteurs optraden binnen hun gebied.


In de 10e eeuw schreef Hrosvitha, een historica uit Noord-Duitsland, zes toneelstukken die geïnspireerd waren op de komedies van Terentius, maar met religieuze thema's. Deze stukken worden beschouwd als de eerste westerse dramatische werken van de postklassieke periode die zijn gecomponeerd door een vrouwelijke toneelschrijver. Een andere non, abdis Hildegard van Bingen, schreef in 1155 een drama genaamd "Ordo Virtutum".

Tijdens de middeleeuwen heeft het theater altijd een belangrijke rol gespeeld als een weerspiegeling van menselijke creativiteit en cultuur. Van de vroege dramatiseringen tot de bloei van komedie en moraliteitspelen, het theater was niet alleen vermakelijk, maar ook een reflectie van de veranderende maatschappij en de groeiende verbeelding van mensen.


In dit artikel verkennen we het verhaal van het theater in de middeleeuwen. We zullen zien hoe religie en het dagelijks leven samensmolten in dramatische voorstellingen, hoe de opkomst van gilden en steden nieuwe theatervormen mogelijk maakte, en hoe komedie en moraliteitspelen een integraal onderdeel werden van de cultuur. Maak een tijdreis door de middeleeuwen en zie hoe het theater transformeerde van eenvoudige vertoningen tot levendige spektakels die de kern van de samenleving raakten.

Theatrale Ontvouwingen in de Vroege Middeleeuwen


De Theatrale Beleving van Religie

In de vroege middeleeuwen, een tijd van politieke veranderingen en de opkomst van het christendom, ontstonden uitdagingen in het overbrengen van religieuze principes aan een voornamelijk analfabete bevolking. Kerken begonnen daarom dramatische interpretaties van bijbelse gebeurtenissen uit te voeren op specifieke dagen van het jaar om vieringen levendiger te maken. Symbolische voorwerpen en handelingen, zoals gewaden, altaren en pantomime door priesters, werden gebruikt om de gebeurtenissen die het christelijke ritueel viert, op te roepen. Een voorbeeld hiervan is de paastrope "Whom do you Seek" (Quem-Quaeritis) die rond 925 werd uitgevoerd.

Tussen 965 en 975 schreef Æthelwold van Winchester de "Regularis Concordia" (Monastic Agreement), waarin een toneelstuk met uitvoeringsinstructies werd opgenomen, wat een inzicht geeft in de praktische uitvoering van theaterelementen in die tijd.


Seculiere Vertellingen

Naast religieuze dramatiseringen ontstond er in de vroege middeleeuwen ook een reeks seculiere stukken. Zo werd het heidense toneelstuk "Querolus", oorspronkelijk geschreven rond 420, in de 12e eeuw aangepast door Vitalis van Blois. Andere Latijnse stukken met wereldse onderwerpen, zoals "Babio", verschenen ook in de 12e eeuw, voornamelijk in Frankrijk en Engeland.

Daarnaast waren reizende entertainers, zoals mimespelers, minstrelen en jongleurs, actief in de middeleeuwen. Hoewel hun repertoire grotendeels verloren is gegaan, legden zij wel de basis voor de ambulante uitvoeringskunsten.


Het Melodieuze "Le Jeu de Robin et Marion"

In de 13e eeuw ontstond een bijzonder stuk in de middeleeuwse theaterkunst: "Le Jeu de Robin et Marion", geschreven door Adam de la Halle. Dit muzikale stuk biedt een levendige weergave van het dagelijks leven en de romantiek van die tijd. Het originele manuscript bevat tekst, muzikale notatie en illustraties die de acteurs in beweging tonen. Adam de la Halle schreef ook andere toneelstukken die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de middeleeuwse theatertraditie.

Theatrale Opbloei in de Hoge en Late Middeleeuwen

Religieus Theater Verspreidt Zich

De Hoge Middeleeuwen brachten een cruciale verandering in de manier waarop religieuze toneelstukken werden opgevoerd. In de 12e eeuw begonnen kerken kortere drama's samen te voegen tot langere stukken, die vervolgens werden vertaald naar de volkstaal en werden opgevoerd door leken. Hierdoor werd het theater toegankelijk voor een breder segment van de samenleving, inclusief de arbeidersklasse. Het gebruik van de volkstaal maakte het mogelijk dat het drama begrepen en gewaardeerd werd door een groter publiek.

Een opvallend voorbeeld van deze ontwikkeling is "The Mystery of Adam" uit 1150, waarvan gedetailleerde regieaanwijzingen suggereren dat het buiten werd opgevoerd. Andere overgebleven stukken uit deze periode, zoals "La Seinte Resurrection" (Normandisch), "The Play of the Magi Kings" (Spaans) en "Sponsus" (Frans), getuigen van de groeiende diversiteit van het middeleeuwse toneellandschap.


Het Feest van Dwazen en de Geboorte van Komedie

In deze tijd vond ook het "Feast of Fools" plaats, een gebeurtenis die van cruciaal belang was voor de ontwikkeling van komedie. Dit festival keerde de rollen om van de lagere geestelijken en stelde hen in staat om hun superieuren en het kerkelijke leven te bespotten. Soms werden er stukken opgevoerd als onderdeel van het feest, waardoor burleske en komische elementen hun weg vonden naar het liturgische drama.


Gilden en Theater: Een Vruchtbare Samensmelting

De economische en politieke veranderingen in de Hoge Middeleeuwen leidden tot de opkomst van gilden en de groei van steden, wat op zijn beurt leidde tot significante veranderingen in het theater. Handelsgilden begonnen toneelstukken op te voeren, meestal met een religieuze basis en vaak gerelateerd aan een bijbels verhaal dat verwees naar hun beroep. Bijvoorbeeld, een bakkersgilde zou een re-enactment van het Laatste Avondmaal opvoeren.

In de Britse Eilanden werden er toneelstukken opgevoerd in zo'n 127 verschillende steden gedurende de middeleeuwen. Deze volkstaal "mysteriestukken" werden geschreven in cycli van een groot aantal stukken, zoals die van York (48 stukken), Chester (24), Wakefield (32) en Onbekend (42). Deze toneelstukken waren niet enkel religieus van aard, maar bevatten vaak ook komische elementen en personages zoals duivels, schurken en clowns.


Een Smeltkroes van Vermaak

Het theater van de Late Middeleeuwen werd bevolkt door acteurs die voornamelijk uit de lokale bevolking werden getrokken. Bijvoorbeeld, bij Valenciennes in 1547 werden meer dan 100 rollen toegewezen aan 72 acteurs. De voorstellingen vonden plaats op beweegbare podiumwagens, die abrupte locatiewijzigingen mogelijk maakten.

In deze periode ontstonden ook moraliteitsspelen, die een diepgaande verandering in het theaterlandschap teweegbrachten. Deze spelen kwamen op rond 1400 en bloeiden tot 1550. Eén opvallend voorbeeld is "The Castle of Perseverance", dat de voortgang van de mens van geboorte tot dood afbeeldde.


Een Theatrale Renaissance in de Late Middeleeuwen

De Late Middeleeuwen brachten niet alleen religieuze, maar ook wereldse spektakels voort. Het vrolijke en satirische stuk "The Play of the Greenwood" (1276) van Adam de la Halle onthulde een lichtere kant van het middeleeuwse theater. Farces en komische stukken werden populairder, en hoewel de meeste uit Frankrijk en Duitsland kwamen, begonnen ze zich langzaamaan over heel Europa te verspreiden.

Met de opkomst van de Kamers van Retorica in de Lage Landen en de invloed van koningen zoals Hendrik VII en Hendrik VIII, kreeg het theater een nieuw elan. De groeiende steden boden een vruchtbare voedingsbodem voor de uitvoeringen van gilden en amateurspelers, en het middeleeuwse theater werd een ware smeltkroes van vermaak, religie, en maatschappelijke reflectie.


Tegen het einde van de Late Middeleeuwen begonnen professionele acteurs hun intrede te doen in Engeland en Europa. Dit markeerde een verschuiving van de bescheiden toneelvoorstellingen naar een meer georganiseerde en professionele theatervorm.


In Engeland zowel als op het Europese vasteland, zorgden koningen zoals Richard III en Henry VII voor kleine groepen professionele acteurs. Deze acteurs voerden hun stukken op in de Grote Zaal van een adellijke residentie, vaak met een verhoogd platform aan het ene uiteinde voor het publiek en een "scherm" aan de andere kant voor de acteurs. Ook speelden "Mummers' plays", uitgevoerd tijdens het kerstseizoen, en hofmaskerades een belangrijke rol. Vooral onder de heerschappij van Henry VIII werden deze maskerades populair, waarbij hij zelfs een Huis van Vertier oprichtte en in 1545 een Bureau van Vertier vestigde om deze evenementen te organiseren.


Echter, zoals bij elke culturele verandering, kwam er een moment van transitie en overgang. Het einde van het middeleeuwse drama werd ingeluid door verschillende factoren. De afname van de macht van de katholieke kerk, de Protestantse Reformatie en het verbod op religieuze toneelstukken in veel landen droegen bij aan deze verschuiving. Koningin Elizabeth I verbood bijvoorbeeld alle religieuze toneelstukken in 1558, en de grote cyclustoneelstukken waren tegen de jaren 1580 al stilgevallen. In landen als Nederland, de Pauselijke Staten en Parijs werden religieuze toneelstukken eveneens verboden in de jaren 1539, 1547 en 1548 respectievelijk.


Deze algehele verbanning van religieuze toneelstukken leidde tot het verdwijnen van het internationale theater dat tot dan toe had bestaan. Elk land werd gedwongen zijn eigen vorm van drama te ontwikkelen. Deze omwenteling bood dramatisten de kans om zich te richten op seculiere onderwerpen, terwijl de hernieuwde interesse in het Griekse en Romeinse theater hen voorzag van de perfecte gelegenheid om de theatervormen verder te verfijnen en te ontwikkelen.


Besluit: Het Erfgoed van Middeleeuws Theater

Terwijl we de pagina's van de middeleeuwse geschiedenis van het theater omslaan, zien we een boeiende en gevarieerde reis van creativiteit, expressie en reflectie. Van religieuze processies die evolueerden naar dramatische vertoningen tot het ontstaan van komedie, moraliteitspelen en gildevoorstellingen, blijkt het middeleeuwse theater een waar cultureel erfgoed te zijn. Deze periode bracht niet alleen vermaak, maar bood ook inzicht in de veranderende maatschappij en de menselijke verbeelding.


Terwijl de middeleeuwen vervagen in de nevelen van de tijd, blijft het erfgoed van hun theater levendig en relevant. Veel van de elementen die in deze periode werden ontwikkeld, hebben hun weg gevonden naar moderne theaterpraktijken en blijven de kern vormen van hoe we verhalen vertellen en beleven. Het middeleeuwse theater herinnert ons eraan dat menselijke creativiteit, ongeacht de tijd, grenzen kan doorbreken en verhalen kan delen die de tand des tijds doorstaan.

bottom of page