Theaters in de Grieks-Romeinse tijd,

Een huzarenstuk.

 

Het theater draagt een lange geschiedenis met zich mee, het ontstaan van deze kunstvorm of toch zeker die van de westerse theatercultuur vond plaats in het oude Griekenland, waar omstreeks 500 V.C. ter ere van de god Dionysus toneelwedstrijden werden gehouden. Het theater maakte in die tijd een belangrijk deel uit van het dagelijkse leven. Vandaar ook dat men in die tijd speciale bouwwerken maakte om theatervoorstellingen te geven. De theaters in het oude Griekenland waren monumentale kunstwerken waarbij er een oplopende halfronde tribune werd gebouwd tegen een bestaande heuvelwand met daarvoor een podium.

Lees ook: Amfitheaters, een bloederig schouwspel.

Verschil tussen Griekse en Romeinse theaters

 

Het is algemeen bekend dat de romeinse cultuur zich heeft laten inspireren door die van de oude Grieken, zo is het ook het geval bij de bouw van theaters. Hoewel er veel overeenkomsten te zien zijn in de vorm van de Griekse en Romeinse theaters zijn er toch ook enkele belangrijke verschillen te onderscheiden.
Waar de Grieken hun theaters tegen een bestaande heuvelwand bouwden om deze te ondersteunen en te voorzien van een natuurlijke akoestiek, hadden de romeinen niet altijd deze mogelijkheid. Daarom vervaardigden ze een kunstmatige constructie die bestond uit gewelven en bogen waarop de tribunes

steunden. Door het gebruik van een kunstmatige achterwand wisten de romeinen ook een goede akoestiek te verwezenlijken.Ook in het gebruik van materialen was er een groot verschil op te merken, de Grieken vervaardigden hun theaterconstructies uit natuursteen waar deze bij de Romeinen met baksteen en beton werden opgebouwd.Verder stond in de Griekse tijd de tribune los van het podium waardoor deze verder kon doorlopen. In de Romeinse tijd werd de tribune vastgemaakt aan een constructie die de achtermuur van het podium vormde. Dit zorgde ervoor dat een Romeins theater een gesloten constructie was.

Opbouw van een theater.

 

Hoewel de Romeinse theaters afhankelijk van plaatselijke invloeden op de architectuur enkele verschillen konden tonen bleef de basis over het algemeen dezelfde.

 

Aan de kant van de acteurs.

 

Zoals ook bij de theaters die wij nu kennen het spelersgedeelte valt op te delen in verschillende zones, was dit in de Romeinse tijd niet anders. Ook zullen enkele benamingen uit de Romeinse tijd nog erg bekend in de oren klinken aangezien deze ook bij ons nog terugkomen.
In een Romeins theater is er steeds een hoge muurconstructie achter het podium terug te vinden, deze constructie wordt ook de scaenae frons (1) genoemd. Tegen deze muur werden er vaak portieken gebouwd met zuilen die tot meerdere verdiepingen hoog konden reiken en mee de muurconstructie ondersteunden, zo’n portiek werd benoemd als porticus post scaenam (2). Het verhoogde gedeelte dat het speelvlak vormde voor de acteurs werd pulpitum (3) of ook wel podium genoemd. De met nissen versierde muur voor het podium werd aangeduid als proscaenium (4). De halfcirkelvormige ruimte voor het podium waar de hoogwaardigheidsbekleders plaats konden nemen, maar die soms ook werd gebruikt bij de voorstellingen werd het Orchestra (5) genoemd.

 

Aan de kant van het publiek.

 

De grote halfronde tribune werd ook wel Cavea (6) genoemd, net zoals het in de theaters die wij nu kennen gebruikelijk is, zijn de zitplaatsen onderverdeeld in aparte zones.  De onderste rijen, en dus ook de beste plaatsen van het theater werden Ima Cavea (7) genoemd. De middelste sectie van de tribune kreeg de naam Media Cavea (8) en de hoogste plaatsen met de minste zichtbaarheid noemde men Summa Cavea (9). Aan de zijkanten van het theater waren er twee toegangen tot de Cavea, deze werden aditus genoemd. De twee monumentale toegangen die uitgaven op het Orchestra werden aditus maximus (10) genoemd. De gewelfde toegangen tot de cavea die de rijen zitplaatsen onderbreekten, en dus ook de onderverdeling in zones duidelijk maakte heetten de vomitoria (11). Om de cavea af te schermen van de zon gebruikte men zeilen die ook Velarium werden genoemd.

Lees ook: Geschiedenis van het theater.

 

Smaken verschillen.

 

Toen in de jaren na Christus grote aantallen ongeschoolde immigranten naar de stad kwamen, die zich niet interesseerden in de oude cultuur, werd het klassieke theater veel minder populair en kenden de bloederige gladiatorengevechten in de Amfitheaters en het wagenrennen een enorme opmars. De theaters werden nog wel gebruikt maar voor meer vulgaire opvoeringen. Toen in de vierde eeuw na Christus het Christendom opkwam luidde dit het einde in van het theater. De christelijke geestelijken verboden theateropvoeringen omdat deze onzedelijk waren. De theatergebouwen werden vervolgens ontdaan van hun kostbare bezittingen en bleven enkel nog een stille getuigen van hun glorierijke geschiedenis.

Informatie afkomstig van:

  • Facebook
  • Instagram
  • YouTube

Toneelschrijver Stijn Cuypers, 2650 Edegem (België), info@toneelschrijver.be