Wie een ticket voor het theater koopt, merkt soms iets merkwaardigs op: stoel 2 staat naast stoel 4, terwijl 1 en 3 aan de andere kant van het gangpad liggen. Bovendien start de nummering vaak vanuit het midden van de rij. Dat voelt onnatuurlijk, maar het is in werkelijkheid een doordacht systeem dat historisch gegroeid is.
In oudere theaters bestond de zaal uit verschillende vakken en loges, elk met aparte toegangen. Om orde te bewaren, begonnen zalen stoelen per zijde te nummeren. De even nummers kwamen aan de ene kant van het gangpad terecht, de oneven nummers aan de andere kant. Zo wist een zaalwachter meteen waar iemand thuishoorde, zonder het hele rijtje te moeten aflopen.
"Wanneer iemand “stoel 6” of “stoel 5” laat zien, wijst de medewerker meteen de juiste zijde aan."
Dat principe werkt vandaag nog altijd verrassend efficiënt. Bij aanvang van een voorstelling stroomt het publiek gelijktijdig binnen. Wanneer iemand “stoel 6” of “stoel 5” laat zien, wijst de medewerker meteen de juiste zijde aan. Het zoeken gaat sneller, er is minder verwarring en de doorstroming verloopt rustiger.
Tegelijk hoeven bezoekers minder vaak langs elkaar te schuifelen, omdat zij automatisch over beide zijden van de gangpaden verspreid raken. Zelfs voor veiligheid is het nuttig: in een noodsituatie kan personeel het publiek eenvoudig per zijde aansturen. Wat op papier ingewikkeld lijkt, blijkt in de praktijk juist ordelijker.
"Je ziet meteen dat je dichter bij de “sweet spot” zit, en voorlichtings- en geluidsteams stemmen hun werk vaak precies op dat punt af."
Waarom nummeren vanuit het midden logisch is
Veel zalen kiezen ervoor om de rij niet te laten beginnen bij de muur, maar bij de middellijn van de zaal. De plaatsen dicht bij het centrum — doorgaans het beste zicht en de beste akoestiek — krijgen lage nummers en zijn daardoor makkelijk herkenbaar.
Dat maakt het duidelijker voor bezoekers, maar ook voor ticketverkoop en techniek. Je ziet meteen dat je dichter bij de “sweet spot” zit, en voorlichtings- en geluidsteams stemmen hun werk vaak precies op dat punt af.
Niet ieder theater volgt dit systeem even strikt. Sommige moderne zalen gebruiken een eenvoudige opeenvolgende nummering. Toch blijft het klassieke principe — even aan de ene zijde, oneven aan de andere, tellen vanuit het midden — opvallend hardnekkig.
Het is ontstaan uit noodzaak, verfijnd door jarenlange praktijk en blijft bestaan omdat het het theaterbezoek overzichtelijker, sneller en comfortabeler maakt.

