top of page

Aan de oever van de Amstel, op een markante plek in Amsterdam, staat Koninklijk Theater Carré. Het gebouw behoort tot de meest herkenbare en geliefde theaters van Nederland. Sinds de opening in 1887 heeft Carré een uitzonderlijke ontwikkeling doorgemaakt: van een permanent circustheater tot een veelzijdig podium voor musicals, cabaret, toneel, concerten en opera.


Het theater is niet alleen een culturele instelling, maar ook een architectonisch monument en een tastbare getuige van ruim een eeuw Nederlandse theatergeschiedenis.

Koninklijk Theater Carré

cultuur aan de Amstel.

“De roep om een vast, veilig en representatief gebouw werd steeds groter.”

Van circusdroom tot stenen theater

De oorsprong van Carré ligt bij de circusfamilie Carré, die al generaties lang actief was in de Europese circusscène. Oscar Carré, de drijvende kracht achter het latere theater, bouwde in de tweede helft van de negentiende eeuw een sterke band op met Nederland. Zijn circus trad regelmatig op in Amsterdam en verwierf er een trouw publiek. Aanvankelijk gebeurde dat in tijdelijke houten constructies, die telkens opnieuw werden opgebouwd voor de wintermaanden.


De roep om een vast, veilig en representatief gebouw werd steeds groter. Brandveiligheid speelde daarbij een belangrijke rol, zeker na enkele verwoestende circusbranden elders in Europa. Na langdurige onderhandelingen met de gemeente kreeg Oscar Carré toestemming om een permanent stenen circustheater te bouwen aan de Amstel. Hij was zelf nauw betrokken bij het ontwerp, samen met de architecten J.P.F. van Rossem en W.J. Vuyk.


Op 3 december 1887 opende Circus Carré officieel zijn deuren. Het gebouw maakte direct indruk door zijn omvang, zijn luxe uitstraling en zijn technische mogelijkheden. Het was bedoeld als winterverblijf voor het circus, terwijl het gezelschap in de zomer op tournee ging. Al snel groeide Carré uit tot een vaste waarde in het Amsterdamse uitgaansleven.

Van circuspiste naar variété en theater

Om het gebouw ook buiten het circusseizoen rendabel te houden, werd Carré vanaf de jaren 1890 steeds vaker verhuurd voor variétévoorstellingen. Daarmee begon een geleidelijke transformatie van circustheater naar een bredere vorm van podiumkunst. Na het overlijden van Oscar Carré in 1911 kwam er definitief een einde aan het eigen circus in het gebouw, maar Carré bleef voortbestaan als theater.


In 1920 werd de naam officieel gewijzigd in Theater Carré. De programmering werd diverser en internationaler. Revue, operette, dans en muziek wisselden elkaar af, en grote nationale en internationale artiesten vonden hun weg naar het podium. Ondanks artistieke successen kende het theater ook moeilijke perioden, met financiële problemen en wisselende directies.


Een stabielere fase brak aan in de jaren dertig, toen een sterke artistieke en zakelijke leiding zorgde voor een evenwichtige programmering. Carré werd een theater waar zowel het grote publiek als de culturele elite zich thuis voelde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef het theater aanvankelijk open, maar in de laatste oorlogsjaren moest het wegens veiligheidsrisico’s sluiten.

"Carré was in deze periode niet alleen een podium voor amusement, maar ook een plek waar culturele grenzen werden verlegd."

Vernieuwing na de oorlog en culturele vernieuwing

Na de bevrijding hervatte Carré zijn activiteiten en bouwde het verder aan zijn reputatie. De wintercircussen keerden terug, maar ook nieuwe theatervormen kregen een plek. In de jaren vijftig en zestig speelde Carré een belangrijke rol in de vernieuwing van het Nederlandse theateraanbod. Hier vond de eerste musicalvoorstelling in Nederland plaats, en ook de eerste one-man show kreeg er vorm.


Carré was in deze periode niet alleen een podium voor amusement, maar ook een plek waar culturele grenzen werden verlegd. Het theater bood ruimte aan poëzieavonden, experimentele producties en grootschalige revues. Daarmee weerspiegelde het de maatschappelijke veranderingen van zijn tijd.


Bedreiging, redding en Koninklijke status

Aan het einde van de jaren zestig dreigde Carré te verdwijnen. Het gebouw was verouderd en werd verkocht aan een partij die sloop en herontwikkeling overwoog. Dit leidde tot grote protesten vanuit de culturele sector en het publiek. Artiesten voerden actie en benadrukten het unieke karakter en de historische waarde van het theater.


De publieke druk had effect. Carré kreeg de status van rijksmonument en werd uiteindelijk aangekocht door de gemeente Amsterdam. Daarmee was het voortbestaan van het theater veiliggesteld. In 1987, bij het honderdjarig bestaan, volgde een bijzondere bekroning: Carré kreeg het predicaat “Koninklijk”. Dit onderstreepte de nationale betekenis van het theater en zijn uitzonderlijke plaats binnen het Nederlandse culturele landschap.

"Carré belichaamt de voortdurende wisselwerking tussen traditie en vernieuwing en blijft daarmee een onmisbare plek in het culturele landschap van Nederland."

Architectuur: een circustheater van steen

Interieur Koninklijk Theater Carré
Interieur Koninklijk Theater Carré

Architectonisch is Carré uniek. Het gebouw is opgetrokken in een classicistische stijl met neorenaissance-invloeden en heeft een monumentale, symmetrische gevel aan de Amstel.


In de decoratie zijn subtiele verwijzingen naar het circus verwerkt, zoals paardenfiguren, clownskoppen en andere theatrale ornamenten.


De constructie rust op honderden houten palen, noodzakelijk vanwege de slappe ondergrond. Binnenin werd een ingenieuze zaal ontworpen die zowel geschikt was voor een circuspiste als voor toneelvoorstellingen.


De hoefijzervormige tribunes boden plaats aan een groot publiek, terwijl iedereen goed zicht had op het middelpunt van de zaal.


Een van de meest indrukwekkende elementen is het dak. De enorme overspanning wordt gedragen door stalen boogconstructies, waardoor de zaal vrij is van steunpilaren. Oorspronkelijk was deze constructie zichtbaar en gaf zij het interieur een uitgesproken circuskarakter. Later werd het plafond verlaagd, maar bij de renovatie in de eenentwintigste eeuw is de oorspronkelijke ruimtelijkheid grotendeels hersteld.


Ook andere onderdelen van het interieur zijn bijzonder, zoals de logefoyer en het monumentale brandscherm, dat geldt als een van de grootste schilderijen op doek in Nederland. Het gebouw combineert technische vindingrijkheid met theatrale pracht.


Modernisering en hedendaags gebruik

In de jaren negentig en begin jaren 2000 onderging Carré ingrijpende renovaties. De toneeltoren werd vernieuwd, het podium vergroot en de technische voorzieningen gemoderniseerd. Tegelijkertijd werd veel aandacht besteed aan het behoud van historische elementen. Het resultaat is een theater dat voldoet aan moderne eisen, maar zijn historische karakter niet heeft verloren.


Vandaag de dag is Koninklijk Theater Carré een veelzijdig podium waar grote musicals, cabaretvoorstellingen, concerten en speciale evenementen plaatsvinden. De jaarlijkse terugkeer van het kerstcircus vormt een directe verbinding met de oorsprong van het gebouw.


Carré fungeert bovendien regelmatig als locatie voor nationale herdenkingen, prijsuitreikingen en televisie-uitzendingen.


Een levend monument

Koninklijk Theater Carré is meer dan een theatergebouw. Het is een levend monument waarin ruim 130 jaar podiumgeschiedenis samenkomen. Van paarden en acrobaten tot cabaretiers en musicalsterren: generaties artiesten hebben hier het publiek betoverd.


Carré belichaamt de voortdurende wisselwerking tussen traditie en vernieuwing en blijft daarmee een onmisbare plek in het culturele landschap van Nederland.


Bronnen

-Wikipedia – Koninklijk Theater Carré

-Stadsarchief Amsterdam – dossiers en tentoonstellingsmateriaal over Theater Carré

-Circusweb.nl – historische artikelen over Oscar Carré en de bouw van het circustheater

-Koninklijk Theater Carré – officiële website en jubileumpublicaties

-Architectuurhistorische publicaties over 19e-eeuwse circustheaters in Europa

bottom of page