Amfitheaters,

Een bloederig schouwspel.

 

Eén van de bekendste Romeinse bouwwerken is het Amfitheater, het dankt zijn naam aan het oud Griekse Amphitheatron waarin Amphi staat voor aan beide zeiden, of ook wel omringt en theatron voor schouwplaats of theater. Een amfitheater is dus een theater waarbij de toeschouwers rondom rond zitten in een tribune, die net zoals bij de oud-Griekse en Romeinse theaters omhoogloopt. In onze tijd kennen we veel bouwwerken die geïnspireerd zijn op dit ontwerp, denk maar aan voetbalstadia of theaterzalen als het Amsterdamse Carré. Hoewel deze hedendaagse versies worden gebruikt voor sport en cultuur dragen de klassieke Romeinse Amfitheaters een veel bloederige cultuur met zich mee.

De naam Amfitheater doet misschien vermoeden dat in deze enorme bouwwerken theatervoorstellingen werden gegeven voor grote massa’s publiek, maar in de tijd dat de Amfitheaters werden opgericht was het theater lang niet meer zo populair. De ongeschoolde immigranten die in de jaren na Christus naar de stad kwamen hadden veel minder affiniteit met de oude theatercultuur en keken liever naar bloederige schouwspelen.

Bouw van een Amfitheater

 

Hoewel er net als bij de Romeinse theaters enkele verschillen konden optreden tussen de amfitheaters zijn de belangrijkste eigenschappen meestal hetzelfde. Zo bevond zich te midden van de tribune de arena (1), het Latijnse woord voor zand. Op deze met zand bedekte houten vloer vonden de bloederige spelen plaats. Het zand zorgde ervoor dat het bloed geabsorbeerd werd in de ondergrond. Om de arena van de tribune te scheiden werd een hoge muur (2) geplaatst om de toeschouwers te beschermen voor de roofdieren en andere gevaarlijke gebeurtenissen. Onder de arena en tribune bevond zich de hoofdgang (3) waar plaats was voor slaven, gladiatoren en kooien met roofdieren. De tribune (4) zelf was net zoals bij de klassieke Romeinse theaters onderverdeeld naar sociale status, met onderaan de beste plaatsen.

 

Rond het amfitheater werden nog andere gebouwen geplaatst zoals een hospitaal voor gewonde gladiatoren, een lijkenhuis en kadaverput.

Lees ook: Theaters in de Grieks-Romeinse tijd, een huzarenstuk.

 

Dagindeling

 

De Munera (enkelvoud Munus) waren groots opgezette spelen vol bloedvergieten die werden georganiseerd door een sponsor. Deze spelen duurden een hele dag en net als bij hedendaagse voetbalwedstrijden konden er buiten de arena hapjes en versnaperingen gekocht worden.
De dag begon meestal met muziek en een parade van de gladiatoren in volle wapenuitrusting, ook wel Pompa genoemd. Zo’n parade was ook de ideale gelegenheid voor de sponsor om positief in het daglicht gesteld te worden. Na deze parade was het tijd voor de eigenlijke spelen.

 

De spelen begonnen met jachtpartijen of Venationes, waarin dieren het tegen dieren of dieren het tegen mensen opnamen. Welke dieren te zien waren was afhankelijk van hoeveel de sponsor (ook editor muneris) wou uitgeven. Meestal waren er leeuwen, tijgers en andere roofdieren te zien. De strijders die het opnamen met speren tegen deze roofdieren werden ook Bestarii genoemd en werden meestal niet beschouwd als echte gladiatoren.

 

Tijdens de middagpauze werden executies voltrokken waarin ter dood veroordeelden halfnaakt of naakt de arena werden ingestuurd om verscheurd te worden door de roofdieren. Na deze bloederige slachtpartij van mensen en dieren werd de arena opgeschoond en kwamen er clowns die bij wijze van voorprogramma gladiatoren nadeden met houten zwaarden of stompe dolken.

 

In de namiddag was het tijd voor de gladiatorengevechten, deze gladiatoren bevochten elkaar in paren en voerden een strijd op leven en dood. Wanneer een gladiator de strijd had verloren kon hij bij de sponsor om genade smeken. Wanneer deze vond dat je moest sterven werd van de gladiator een waardige dood zonder geschreeuw verwacht. Indien je dapper genoeg had gevochten en genaden kreeg geschonken mocht je als gladiator blijven leven. Nadat een gladiator gestorven was kwamen er twee slaven verkleed als de goden Mercurius en Charun de arena in. Mercurius controleerde de dood van de Gladiator met een gloeiende ijzeren staaf, wanneer deze toch nog bleek te leven werd hij alsnog gedood met een hamer door de slaaf verkleed als Charun. Vervolgens sleepten de slaven het levenloze lichaam van de gladiator door de porta libitinensis, genoemd naar de Etruskische godin van dood en begrafenis, naar buiten. Hierna werd het zand van de arena weer opgeharkt om plaats te maken voor de nieuwe gladiatoren.
In het spolarium of lijkenhuis werd de dode gladiator ontdaan van zijn waardevolle wapenuitrusting en ging deze terug naar zijn manager of eigenaar, ook Ianista genoemd.

 

Van deze klassieke amfitheaters zijn er nog verschillenden overgebleven, hiervan is het Colloseum in Rome veruit het bekendste. Maar ook op verschillende andere plaatsen zijn goed bewaard gebleven amfitheaters te vinden, deze hebben in deze tijd gelukkig een veel minder bloederige functie en worden als bezienswaardigheid of als locatie voor concerten en theater gebruikt.

Informatie afkomstig van:

  • Facebook
  • Instagram
  • YouTube

Toneelschrijver Stijn Cuypers, 2650 Edegem (België), info@toneelschrijver.be