Musicalgeschiedenis van Vlaanderen,
een overzicht van het Vlaamse musicallandschap doorheen de jaren.

De musical is binnen het Vlaamse theaterlandschap altijd een buitenbeentje geweest. Vele cultuurliefhebbers zijn er dol op maar er is ook een grote groep mensen die het allemaal maar niets vindt. Vooroordelen over mannen die zich als vrouwen verkleden, domme verhaaltjes met domme dansjes of “musical is enkel iets voor vrouwen” steken al snel de kop op. En je bent als kritische theaterganger niet snel geneigd om een duur ticket te kopen voor iets waar je niet zeker van bent of je het wel goed zal vinden. Dit zijn een aantal zaken die maken dat musicals geen evidente keuze zijn om te maken, desondanks heeft Vlaanderen een rijke musicalgeschiedenis waar u hieronder een beknopt overzicht van krijgt.

De beginjaren

Algemeen wordt aangenomen dat de eerste zaadjes van de Vlaamse musicalgeschiedenis gezaaid werden bij Theater Arena in Gent. In de vroege jaren werden hier dramaturgische pareltjes zoals “De meiden” (Genet), “De nonnen” (Manet) en “Huis Clos” (Sartre) gespeeld.

Vanaf 1975 werd er echter resoluut gekozen voor muziektheater waarbij er doorheen de jaren opvoering plaatsvonden van “La cage aux folles”, “Foxtrot”, “Driestuiversopera”, en vele anderen. In 1984 vond de première plaats van “Jesus Christ Superstar” wat een zeer groot succes bleek te zijn. De daaropvolgende producties van “Grease” en “La cage au jazz” konden echter op minder bijval rekenen. In 1985 werd Arena opgedoekt waarna het personeel grotendeels werd toegevoegd aan het Ballet van Vlaanderen om daar de musicalafdeling te vormen.

Koninklijk ballet van Vlaanderen

Één van de spilfiguren van Theater Arena was Linda Lepomme, zei werd na het opdoeken van Arena artistiek directeur van de musicalafdeling van het koninklijk Ballet van Vlaanderen. In de beginjaren van deze musicalafdeling was er voornamelijk plaats voor grote repertoirestukken zoals “My fair lady”, “Jezus Christ Superstar”, “Evita”, “Hello Dolly”, “A Fiddler on the roof”, enz. Het was bij deze musicalafdeling dat vele mensen, zoals Hans Peter Janssens en Franck van Laecke hun eerste stappen in de musicalwereld zetten.

De gouden jaren

Eind de jaren 90 besloot het toen nog jonge Music Hall om grote internationale topproducties naar Vlaanderen te halen. In 1996 was dat de Musical “Cats” die in samenwerking met de Nederlandse Joop Van den Ende het Vlaamse publiek mocht bekoren, met 170.000 verkochte tickets was dit een ongezien record. Even later zou dit record ruim verbroken worden met 350.000 tickets voor het internationaal vermaarde  “Les Misérables”. Ook op artistiek gebied was “Les mis” in Vlaanderen een ongezien succes.
Na “Les Misérables” was het in 1999 de beurt aan “The phantom of the opera” om de Antwerpse stadsschouwburg onveilig te maken. Het musicalsprookje kon helaas niet blijven duren en met een grotendeels buitenlandse cast werd “The Phantom” een flop en moest vervroegd de deuren achter zich sluiten. De voorstelling zou amper 250.000 kaartjes verkopen, heel wat minder dan zijn voorganger “Les Misérables” en  zwaar onder de beoogde 500.000 tot 600.000 bezoekers.
Music Hall stond op dat moment aan de rand van het faillissement, maar wist alsnog te overleven. “De gouden jaren” waren hiermee voor zowel Music Hall als voor de Vlaamse musical in het algemeen definitief afgelopen.

In diezelfde periode startte Studio 100 met een jaarlijkse traditie om rond de paasvakantie een familiemusical op de planken te brengen. “Sneeuwwitje” was hierbij hun eersteling, waarbij u zich vast nog het kusincident van Sanne herinnerd. Later zouden nog producties als “Assepoester”, “Pinokkio”, “Doornroosje”, “De kleine zeemeermin”, enz. volgen.

De jaren 2000

In 2001 zouden maar liefst vijf groots opgezette musicalproducties strijden om de gunst van het Vlaamse publiek. “Kuifje – De Zonnetempel”, “Ben”, “Camelot”, “De préhistorie van de musical” en “Robin Hood”.

Enkel “Kuifje – De zonnetempel” (Tabas & Co / Moulinsart) een groots opgezette productie met internationale allure slaagde er met 150.000 bezoeker in om volle zalen te trekken. De internationale reisplannen van deze musical, die nodig waren om het geïnvesteerde geld terug te verdienen, konden helaas niet doorgaan door technische, financiële en organisatorische moeilijkheden.

“Camelot” (Music Hall), “De préhistorie van de musical” (KbvV) en “Robin Hood” (Studio 100) kenden een matig succes. Robin Hood was echter op artistiek vlak een meer dan geslaagde productie voor Studio 100. De musical “Ben” kende helaas een dramatisch einde en eindigde met een faillissement.
 

Door een beslissing van toenmalig cultuurminister Paul van Grembergen verloor de musicalafdeling van het koninklijk Ballet van Vlaanderen haar subsidies. Na het wegvallen van deze musicalafdeling in 2003 en de financiële moeilijkheden bij Music Hall bleef er maar weinig continuïteit over in de Vlaamse musicalwereld.

Enkel Studio 100 die zich bleef bezighouden met het maken van kwalitatieve familiemusicals wist het hoofd nog boven water te houden. Hun eerste poging om zich te richten op de volwassenenmarkt met “Bloedbroeders” was echter een minder groot succes. Hoewel de musical kwalitatief zeer goed zat bleef het grote publiek toch weg. Algemeen genomen kan er gesteld worden dat de jaren 2000 de meeste Vlaamse musicalproducenten een financiële kater bezorgde.

De magere periode

Music Hall deed tevergeefs een poging om opnieuw een grote internationale productie naar Vlaanderen te halen met “Romeo en Julia – van haat tot liefde”, van de Franse Chansonnier Gérard Presgurvic. In tegenstelling tot de musicals die we hier gewoon zijn in Vlaanderen was dit een musical uit een andere traditie als de Angelsaksische musicalcultuur. Music Hall NV ging failliet. Maar de iets stabielere Music Hall Group kon wel overeind blijven.

Langs een heleboel omwegen, en met de steun van een speciaal fonds kon “Geert Allaert theaterproducties” het meesterwerk “Dracula” van Karel Svoboda in 2006 naar Vlaanderen halen. De productie die het evenwel met weinig middelen moest doen, was sinds jaren een artistiek hoogtepunt.

Ook Studio 100 leek in deze periode op de terugweg. De publieke belangstelling daalde en ook artistiek leken de producties over hun hoogtepunt heen.

Over de grenzen heen

De Vlaamse musicalwereld leek op sterven na dood tot plots in 2006 de musical “Mamma mia” vanuit Nederland kwam aanwaaien. Met 150.000 bezoeker was deze productie een succes, het was al van 2001 geleden dat een musical op zoveel kijklustigen kon rekenen. Ook meteen na deze productie stond er al een opvolger klaar met “Beauty and the beast”. Blijkbaar is Vlaanderen een te kleine markt om zelfstandig grote musicals te produceren, maar als deel van een groter Europees geheel is Vlaanderen wel een interessant gegeven voor internationals zoals Stage entertainment.

De vette jaren

In de zomer van 2007 keerde de grootste Vlaamse musicalproductie tot dan toe terug. “Kuifje – De zonnetempel” trok langs het vernieuwde Kursaal Oostende en opnieuw naar de stadsschouwburg van Antwerpen. Ook Suske en Wiske maakten hun opwachting met een nieuwe musical en studio 100 richtte zich wederom op een volwassenpubliek met hun prestigeproject “Daens” dat opgevoerd werd in het voormalig postsorteercentrum Antwerpen X.
 

In diezelfde tijd maakte het van oorsprong lierse Judas theaterproducties zijn langverwachte overstap naar het professionele circuit. Zij brachten in hun beginjaren het artistieke pareltje “The last five years”. Om zich vervolgens te smijten op eigen creatief hoogstaande producties als “Ganesha – een perfecte god”, “Lelies”, “Josephine B”, “Pauline & Paulette”, “De muze van Rubens”, “Muerto” en “De rozenoorlog.”
 

Omstreeks 2010 ontstaat “Musical van Vlaanderen” doormiddel van subsidies van de overheid is deze vzw in staat om een reeks groots opgezette musicals los te laten op Vlaanderen. Zo werden “Elisabeth”, “Dans der vampieren”, “Notre-dame de paris”, “Tell me on a Sunday”, "Oliver", "Spamalot" en "Fiddler on the roof" ten tonele gebracht. Deze subsidies werden in eerste instantie aangevochten door het ongesubsidieerde Studio 100 en STIMHUL, maar Musical van Vlaanderen won deze zaak en kon doorgaan met het produceren van zijn musicals.

Successen en strubbelingen

Omstreek 2013 zijn de vette jaren voor de Vlaamse musical afgelopen. Geert allaert, artistiek leider van Musical van Vlaanderen stapt op nadat hij in opspraak is gekomen na vermeende belangenvermenging bij de financiering van de musical “Assepoester – het tamelijk ware verhaal”.
Deze werd geregisseerd door Artistiek adviseur van Musical van Vlaanderen, Stanny Crets. Musical van Vlaanderen kreeg voor die musical onder meer een 'projectsubsidie' van 850.000 euro van Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege, ondanks een vernietigend advies van de beoordelingscommissie.
Een van de kritische punten van die commissie ging over de verregaande verstrengeling tussen vzw Musical van Vlaanderen en de nv Music Hall, dat musicals programmeert en zalen exploiteert. In beide organisaties was Geert Allaert de terugkerende factor.
In de nasleep van dit alles gaat Musical van Vlaanderen verder als Theater publiek onder leiding van Stanny Crets. Geert allaert zou enkel nog optreden als promotor vanuit Music Hall Group.
 

In 2014 produceert Studio 100 na het succes van de musical Daens een opvolger in de gedaante van "14-18", het zou een technisch huzarenstukje worden met gps-gestuurde decorstukken en een tribune die vooruit en achteruit rijdt.
Deze beschrijving zou al snel vergelijkingen met het Nederlandse Soldaat van oranje uitlokken. "14-18" zou afklokken op 335.000 bezoekers en komt daarbij aardig in de buurt van het op dit moment bekeken onwaarschijnlijk hoge aantal bezoekers van “Les misérables”.
 

Op 1 Juli 2016 raakte bekend dat Judas theaterproducties door een beslissing van toenmalig cultuurminister Sven Gatz geen structurele subsidies meer zou ontvangen voor de periode 2016 – 2021, ondanks een positief advies van de commissie.
De laatste musical die het productiehuis maakte met steun van de overheid was “de rozenoorlog”.
Door deze financiële tegenvaller moest het productiehuis zich beroepen op andere mogelijkheden om op dezelfde manier kwalitatief hoogstaande musicals te blijven maken, zo organiseerden ze op 30 juni 2016 een benefietconcert onder de naam “sound of Judas”.
Tijdens deze avond zouden enkele grote namen in de musicalwereld als Hans peter Janssens, Ann Van Den Broeck, Carolina Dijkhuizen, Maike Boerdam, Jan Schepens en vele anderen nummers brengen uit musicalcreaties als “Lelies”, “Josephine B.”, “Ganesha”, “Pauline & Paulette”, “De Muze van Rubens” en “De Rozenoorlog”.
Ook een steunactie om vriend te worden van Judas werd die avond gelanceerd. Door het wegvallen van deze subsidies zou Judas verder moeten gaan in een afgeslankte vorm. Met minder middelen, maar evenveel creatieve inzet brachten ze in 2017 een gloednieuwe musicalcreatie “Goodbye Norma Jeane”.

Oude bekende en nieuwe gezichten

In 2017 ontstond het gloednieuwe productiehuis Deep Bridge. Met producties als “De ridders van de ronde keukentafel”, “The rocky horror picture show” en "Spamalot" brachten zij opnieuw grote musicalproducties naar Vlaanderen. Maar ook nieuwe creaties van eigen boden als “Doornroosje” en “Meisjes en jongens” zagen bij dit productiehuis het levenslicht.
 

Op 7 oktober 2018 ging de nieuwste musicalcreatie van Studio 100 “40-45” in première. In een speciaal voor deze productie opgebouwd pop-up theater in Puurs werden 8 rijdende tribunewagens ondergebracht, in combinatie met bewegende led-schermen en podiumwagens werd het mogelijk om een unieke theaterervaring te creëren.
Om praktische problemen die een rijdende tribune met zich meebracht te vermijden beschikt iedere zitplaats op deze tribunewagens een hoofdtelefoon waardoor het publiek zonder problemen de hele voorstelling kan volgen. Op 15 februari 2019 werd bekend gemaakt dat de productie al reeds 565.000 tickets heeft verkocht, en nog loopt tot 2020, hiermee heeft Studio 100 het bezoekersrecord dat vanaf de beginjaren op naam van “Les misérables” in Vlaanderen stond verpulverd.
 

Hoewel musical voor Studio 100 een enorm succes blijkt te zijn bracht het voor Judas theaterproducties in 2019 met “Iedereen beroemd” opnieuw een tegenslag. Het grote publiek bleef weg voor deze musicalcreatie gebaseerd op de film van  Dominique Deruddere en moest vroegtijdig de deuren sluiten. Ook de geplande tour van deze productie werd geannuleerd.
Voor een break-even waren 13.500 verkochte tickets nodig, maar de teller stokte op 7.600 stuks.
Sam Verhoeven, artistiek directeur van Judas theaterproducties liet optekenen dat Judas niet in z’n voortbestaan is bedreigd, maar het zal anders moeten. “Onze nieuwe musical, ‘Festen’, zal intiemer worden”, zegt Sam. “Geen grote technische toestanden meer, dat geeft mogelijkheden om te toeren.”
 

Ook Music Hall blijft in deze tijd overeind en brengt naast enkele oudgediende producties als “Annie” en “Fiddler on the roof” ook buitenlandse topproducties zoals “Mozart” naar Vlaanderen. Ook maken zij plaats voor nieuwe Vlaamse creaties als “Scrooge”. Sinds 2017 zijn zij ook gestart met een jaarlijkse traditie van musicalconcerten onder de naam “The best of musicals”.
 

En daarnaast

In deze beknopte Vlaamse musicalgeschiedenis kreeg u een beperkt beeld van het Vlaamse musicallandschap, er zijn echter verschillende noemenswaardige productiehuizen en amateurgroepen die het aandurven groots opgezette spektakels of juist met weinig middelen internationale topproducties naar Vlaanderen te brengen.
 

Het van oorsprong Wilrijkse BSO producties brengt reeds sinds 2012 internationaal vermaarde producties naar Vlaanderen zoals “Cinderella”, “Beauty and the beast”, “oliver” en “Love Story”. In 2016 wist dit amateurgezelschap te zorgen voor de Vlaamse première van de musical “Ghost”.  Sinds 2018 waagt dit gezelschap zich steeds meer op de (semi)professionele markt met pareltjes als “The last five years” en “Bonny and Clyde”
 

Musicalcompagnie Mythe brengt sinds 2006  grote namen naar Vlaanderen, zo brachten zij onder andere “Jane eyre”, “Rent”, “Legally Blonde”, “Avenue Q”, “First Date”, “If/Then” naar de vlaamse podia.
 

Aan het donkmeer in Berlare worden sinds 2001 groots opgezette openlucht musicalspektakels gebracht met ronkende namen als “Fiddler on the roof”, “The king and i”, "My fair lady” en “Titanic”

...
 

Een overzicht bieden van alles wat er heeft geleefd de afgelopen jaren in het Vlaamse musicallandschap is quasi onmogelijk, ik ben dus per definitie een aantal spelers op de musicalmarkt vergeten te vermelden. Samengevat kunnen we stellen dat Vlaanderen een kleine markt is voor dure musicalproducties en dat het slechts enkele productiehuizen gegeven is om de financiële inspanningen zonder subsidie van de overheid beloond te zien worden.

(Deze tekst is deels gebaseerd op een artikel dat Guy Van Vliet schreef voor het voormalige musicalsite.be)

Lees ook: Geschiedenis van het theater

  • Facebook
  • Instagram
  • YouTube

Toneelschrijver Stijn Cuypers, 2650 Edegem (België), info@toneelschrijver.be